Een streepje geschiedenis
In de toekomst gaan we op onze website beetje bij beetje wat geschiedenis in verband met het Adornesdomein, waar ons Kantcentrum zich bevindt, toelichten. Vaak is die historie verwezen met het kantgebeuren, naast het puur historische aspect.
- Begin vorige eeuw werd bijvoorbeeld een reeks commerciële foto’s genomen in de godshuisjes waar zich nu het Kantmusem bevindt. Dat complex, het “Godshuis voor arme vrouwen”, dateert van kort na 1470. In dat jaar liet Anselm Adornes in zijn testament vastleggen dat er twaalf “cameren van steene” moesten worden gebouwd, naast de Jeruzalemkapel in de Balstraat.
In de 16-de eeuw werden zes van de twaalf huizen afgebroken wegens te bouwvallig. De huisjes werden gerestaureerd in 1986 door architect Dugardyn uit Brugge. De zes woningen hebben elk maar één bouwlaag en een zadeldak en zijn enkel te bezoeken via het Kantcentrum. In de panden zitten ondermeer nog originele moer- en kinderbalken en schouwen.
Op de linkerfoto zien we links een stukje van de kerk, rechts achter de dame een stukje godshuis. En rechts ter vergelijking: de huidige situatie in mei 2011. Mocht er zich iemand de naam van de kantwerkster op de foto herinneren, we vernemen het graag!(nico.blontrock@skynet.be).

- Eerder toevallig (het is amper nog zichtbaar) gaf het Kantcentrum recent een historisch weetje prijs. Op een gemetselde muur, tussen de binnenplaats naast de Jeruzalemkapel en het Kantmuseum was een “bleke plek” zichtbaar. Heel voorzichtig werd die wat proper geborsteld want er was vaag een cijfer leesbaar. Uiteindelijk blijkt het volgens de mensen van het stadsarchief van Brugge een van de vier of vijf resterende nog zichtbare huisnummers te zijn uit de Oostenrijkse periode. Die nummering werd in Brugge in 1790 ingevoerd en gebeurde niet per straat maar per wijk. De wijken kregen een naam bestaande uit een sectieletter en een volgnummer (A1, D22, F8, …). Een huisnummer zag er toen bijvoorbeeld als volgt uit: D22/15, wat stond voor het 15de huis in de wijk D22.
In 1866 werd deze manier van nummering vervangen door een huisnummering per straat. Het in het Kantcentrum teruggevonden huisnummer is A 7. A7 is het wijknummer, het hoeveelste “huis” de godshuizen waren is jammer genoeg niet meer leesbaar, maar het wordt opgezocht in archieven.
(edit) : Dankzij wetenschapper Jan Dhondt van het Brugse stadsarchief, is het mysterie van het Oostenrijkse huisnummeropgelost.
Volgende tekst verschijnt straks in het tijdschrift “Brugs Ommeland”:
Nico Blontrock, Voorzitter van het Kantcentrum vzw, Peperstraat 3a, meldde ons onlangs dat tijdens voorbereidende werken voor het herstellen van een scheidingsmuur tussen de binnenkoer en de godshuisjes (nu in gebruik als kantmuseum), naast de toegangspoort tot deze godshuisjes, sporen zijn ontdekt die zouden kunnen wijzen naar een Oostenrijks huisnummer. Bij nazicht konden we enkel bevestigen dat het om een restant van een Oostenrijks huisnummer gaat. We hebben te maken met de typisch witte rechthoek omrand door een zwart kader. Bovenaan dit wit vlak is de letter-cijfercombinatie ‘A 7′ te zien, die verwijst naar de wijk A7. Van het eigenlijk huisnummer rest geen spoor meer. Om dit te kunnen reconstrueren nemen we het Plan Popp van 1865 bij de hand. Als we dit doen, botsen we echter op een anomalie! Volgens dit plan ligt de site Jeruzalemkapel en godshuisjes, op de hoek van de Peperstraat en Balstraat, niet in de wijk A7, maar in A10! Op het plan vinden we voor dit complex, toen in gebruik door de zusters Apostolinnen, het nummer 53³. Volgens Popp hebben we hier dus te maken met het Oostenrijks huisnummer A10/53³. Merkwaardig genoeg klopt het nummer 53³ niet in de doorlopende rij nummers van de buurpanden in de wijk A10. Dit mysterie hebben we echter kunnen oplossen met behulp van de bevolkingsregisters voor de periode 1846-1856, die ook opgesteld zijn volgens het systeem van de Oostenrijkse huisnummers (dus per wijk). In het register van de wijk A10 is er geen huis met nummer 53³ terug te vinden. Dit komt echter wel voor in het register A7. Daar zien we dat huisnummer 53³ in de Balstraat is gelegen met daarenboven in de hoofding de vermelding ‘Beluik Jeruzalem’ (!). Als bewoners worden de 19 namen van religieuzen van de Apostolinnen opgesomd. Het vorige beschreven blad in dit register (A7) vermeldt als nummer ‘53²’, ook in de Balstraat, en bevat de bewoners (kantwerksters) van de godshuisjes. Zo kunnen we dus toch dit Oostenrijks huisnummer reconstrueren op deze muur naast de toegangspoort tot de godshuisjes: A7/53². Hieruit blijkt ook dat het Plan Popp van 1865 niet foutloos is. (Jan D’hondt)

- In een stukje domein van het Kantcentrum, waar (voorlopig) geen bezoekers zijn toegelaten, staat een uniek huisje. Het staat op de hoek van de Balstraat en de Rolweg en heeft geen vensters of deuren aan de straatzijde. Het gaat officieel om een “tuinhuisje”, dat erg bouwvallig was en door het architectenbureau Dugardyn uit Brugge grondig werd gerestaureerd in 1992-1993.
Het bakstenen gebouwtje dateert wellicht uit de 17-de eeuw en was toen wellicht een deel van een boerderij(tje). De architecten hebben, waar mogelijk, de originele Vlaamse dakpannen op het zadeldak hergebruikt. Her en der werd geopteerd het eeuwenoude metselwerk te behouden. Ooit had het huis een schoorsteen, die midden de gevel in de Balstraat te situeren was, deze werd echter niet herbouwd. De originele schouw met wangen van natuursteen en voorzien van een driehoekig profiel is wel nog aanwezig.
Naast het huisje is een schuurtje aangebouwd. In die schuur moeten ooit dieren (koeien?) hebben gestaan, want de opening tussen woondeel en stal is nog steeds aanwezig. Vaak werd zo’n deurtje opengezet tijdens koude dagen zodat de bewoners van de warmte konden genieten die de dieren “produceerden”.
Op een twintigtal meter zijn de resten te zien van een bakoven. Het gebouwtje dat er ooit rond stond, is verdwenen. Het grondplan is wel nog duidelijk zichtbaar. Tot pakweg midden de jaren ’90 werd de grond rond het huisje nog gebruikt voor het kweken van ondermeer maïs. De Zusters Apostolinnen (maar ook eerdere bewoners van het domein) hebben er zeker geboerd. Het huisje draagt officieus zelfs de naam “Villa Josephina”, waarschijnlijk naar een van de zusters die er vaak het land bewerkte.

- De Balstraat, waar ons Kantcentrum haar officieel adres heeft (Balstraat 3a, 8000 Brugge) loopt van de Peperstraat naar de Rolweg. De oorspronkelijke naam van de straat is “Balcstraete” verwijzend naar de familienaam “Balc”.
De huidige naam, dus de Balstraat, is in voege sedert 1559, puur als vervorming van de vroegere naam. Marcus Gerards (1562) tekent op zijn beroemde kaart aan de westzijde van de straat de Jeruzalemkapel, het godshuis voor de arme vrouwen (nu het Kantmuseum) en een tuinmuur. In 1899 bouwen de Zusters Apostolinnen er hun kantschool, waar straks na de renovatie het Kantcentrum naartoe verhuist.
Toen de plannen werden getekend voor deze school, noteerde de architect het project officieel als “Spellewerkschool in den hof van het klooster der zusters Apostelinnen”. Op de voormalige school komen we later terug in deze rubriek. In de Balstraat is ook het Brugse museum voor Volkskunde gehuisvest, waar, in samenspraak met het Kantcentrum, sedert een tijd in twee zalen aandacht wordt besteed aan het kantklossen in Brugge.

- Wie ligt er écht begraven in de graftombe van Anselm Adornes?
Midden de Jerusalemkapel staat de graftombe van Anselm Adornes (1424-1483) en zijn echtgenote Margareta Vander Banck (gestorven in 1462). In 1983 werd de tombe grondig gerestaureerd en ook onderzocht. Met enkele toch wel zeer opvallende conclusies.
De tombe werd gebeeldhouwd door Bruggeling Cornelis Tielman (het contract werd afgesloten op 7 juni 1484). Anselm Adornes had in zijn testament de wil uitgesproken samen met zijn echtgenote in de kapel begraven te worden. Hij werd echter vermoord (en begraven) in Schotland. Zijn hart werd wel in de tombe bijgezet.
Dat de tombe vrijstaat getuigt hoe belangrijk de familie was. De deksteen van de tombe meet 223 bij 135 cm. Anselm en Margaretha zijn op de tombe afgebeeld als “gisanten”, met het hoofd op een kussen, de handen in gebedshouding. Anselm ligt er bij als ridder, in wapenuitrusting. Aan zijn voeten ligt een leeuw (symbool voor moed), in de borst is de steekwonde te zien die zijn dood veroorzaakte. Margaretha draagt een punthoed en een gedrapeerd kleed. Aan haar voeten ligt een hond (symbool van trouw). Tussen hen staat het wapenschild van de Adornes en zien we ook een helm.
Rondom de deksteen staat in gotisch schrift : “Sepuiture van Mr Anselmus Adomes rudder F(ilius) Mr Pieter, heer van Corthuy, raeds van de Koning van Schotland, die verschiet van deze wereld MCCCCLXXXII den XXIII dagh van Lauwe. Hier ligt begraven joncvrouwe Marquerite Vander Banck F(ilia) Mr Oliviers, Mhet Anselmus gezelmede, die overleet MCCCCLXII den XXXI dagh van Maerte”. Op de zijkanten staan de familiewapenschilden.
In januari 1980 werd het graf voor de eerste keer (uitwendig) onderzocht. De deksteen vertoonde heel wat afschilferingen, wellicht door zoutopbouw in de steen. Het hele gebouw is nu nog altijd erg vochtig en dat microklimaat zal de steen geen goed hebben gedaan. Bij het onderzoek in 1983 weden enkele vloertegels verwijderd. De grond werd tot op zowat 30 centimeter uitgegraven om de grafwanden te onderzoeken.
Onder de sarcofaag liggen twee gescheiden grafkelders. In elke grafkelder waren er ijzeren draagroeden. In de graven lag er puin en stond er water. Er lagen heel wat beenderen en schedels. De grafkelders werden na het openen hersteld. De skeletresten werden in het Academisch Ziekenhuis Antwerpen geröntgend. Zéér opvallend: onder de graftombe lagen de resten van MINSTENS vier verschillende mensen! Twee van hen waren ongeveer anderhalve meter groot, de anderen ongeveer 1,80 meter. Een geslachtsbepaling was niet mogelijk. Wat wel vaststaat is dat één van hen een adolescent moet zijn geweest, toen hij (of zij) overleed. Wie dus de vier mensen in het graf waren, blijft een raadsel. Wellicht is een van hen Margaretha Vander Banck.

- Het Huis Adornes.
Iedereen weet dat het Kantcentrum deel uitmaakt van het historische Domein Adornes, maar wàt bevindt zich precies op dat domein? Er is natuurlijk de Jeruzalemkapel, maar er is ook het woonhuis, de verbindingsgalerij tussen beide delen, er is de vleugel met de godshuizen en er is het eigenlijke voormalige kloosterdomein.
Over de kapel (zeg nooit Jeruzalemkerk!) brengen we later bijdrages. Hier wil ik nu even de aandacht vestigen op het Huis Adornes. Dat is een voormalige patriciërswoning, bestaande uit twee vleugels. Het oudste deel werd al voor 1452 gebouwd door Pieter Adornes en Elisabeth Bradericx. De tweede vleugel (ongeveer 1470) werd gebouwd door Anselm Adornes. Tussen beide vleugels staat nog altijd een vierkante traptoren met een natuurstenen wenteltrap. In het verlengde van de toren is er een souterrain onder een tongewelf. Aan de tuinzijde zijn er twee open galerijen. De binnenplaats is omsloten door woonvleugels en de kapel. Sedert de 19-de eeuw is de toen riante binnenplaats grotendeels volgebouwd met een deel van het kloostergebouw, waar zich nu ondermeer de winkel van het Kantcentrum bevindt op de gelijkvloerse verdieping (erboven heeft de eigenaar privé-vertrekken). In de privé-vertrekken op de gelijkvloerse verdieping staat ondermeer een arduinen renaissanceschouw (1617), afkomstig uit het kasteel van Rumbeke.
De verbindingsgalerij vormt de doorgang tussen de kapel en het huis. Het huis werd wellicht op de grondvesten gebouwd van een nog ouder gebouw. Anselm Adornes heeft er trouwens niét gewoond, dat deed hij in een herenhuis langs de Verwersdijk, in het Schotse kwartier van Brugge. Het Huis Adornes op de hoek van de Balstraat en het Kantwerkstersplein had veeleer een representatieve functie, met een (nog bestaande maar voor het publiek ontoegankelijke) ridderzaal en een (verdwenen) privé-bibliotheek.


